Te vroeg voor schade, oud genoeg voor signalen
De padelbaan van Tennisclub Quirijn in Tilburg staat er een paar jaar. Genoeg tijd om te zien wat een coating in de praktijk doet — en te weinig tijd om schade te verwachten. Wij liepen er een rondje omheen en keken wat de constructie tot nu toe heeft gedaan.
De uitkomst is wat je vaker ziet: het grootste deel is in orde, maar één onderdeel valt eruit. En juist dat onderdeel was vooraf te voorspellen geweest.

Van een afstand: weinig aan de hand
De kooiconstructie zelf vertoont geen serieuze tekenen van degradatie. Wel is duidelijk dat er weinig onderhoud plaatsvindt: er is algaanslag en er hopen zand en bladeren op langs de onderrand.
Dat is geen cosmetisch detail. Vervuiling houdt vocht vast, en vocht plus vervuiling is een corrosief milieu dat permanent tegen de coating aan ligt. Het verkort de levensduur, ook als je er nu nog niets van ziet.

Vervuiling: een belasting die niemand inplant
Op de coating is duidelijk algenaanslag te zien, met daarbij een ophoping van zand en bladeren. De constructie wordt niet periodiek gereinigd.
Op zichzelf is dat geen schade. Het is wel een omgeving die de coating permanent belast, en die je in de levensduurverwachting had moeten meenemen.

Waterophoping: het risico dat nog niet is ingelost
Door de manier waarop de voetplaten zijn geconstrueerd, loopt regenwater niet gemakkelijk weg. In combinatie met de vervuiling levert dat een verhoogd risico op coatingfalen.
Hier heeft dat nog niet tot schade geleid. Het is wel precies het soort constructiedetail dat in een specificatie thuishoort en er zelden in staat.

Waar het wél misging: de afdekplaten
De netpalen zijn bovenop afgedicht met gepoedercoate afdekplaten van gietaluminium. Daar bladdert de coating er letterlijk vanaf. Grote vlakken zijn tot op het blanke metaal onthecht.
Dit is geen toeval en ook geen slecht aangebrachte laag. Gietaluminium is lastig te coaten. Voor een betrouwbaar proces moet je kijken naar de legering — hoeveel koper zit erin — en naar de voorbehandeling. Bij een te hoog kopergehalte is de corrosiewering slecht; bij een te laag kopergehalte wordt het gietproces moeilijk.
Daar moet een middenweg in worden gevonden, en die keuze valt lang voordat er iemand op de baan staat.
Dit was vooraf af te dekken
Onthechting door blootstelling aan het buitenmilieu komt aan het licht met een zoutsproeitest volgens ISO 9227. Eén test op een representatief onderdeel had laten zien dat deze materiaal-procescombinatie het niet houdt.
Belangrijker nog is wat daarvóór komt. Als vooraf is vastgelegd:
- welke corrosiviteitsklasse geldt voor de omgeving waarin het product komt te staan;
- welke prestatie-eis daarbij hoort, en hoe die wordt aangetoond;
- welke materialen en voorbehandeling zijn toegestaan, juist bij lastige substraten;
- wie verantwoordelijk is als de coating de gestelde eis niet haalt,
… dan is de uitkomst geen verrassing en de discussie achteraf overbodig.
Waarom dit vaker misgaat dan je denkt
Hier valt de schade mee. De afdekplaten zijn los te vervangen en de rest van de constructie is in orde. Vervelend, maar overzichtelijk.
Het wordt een ander gesprek wanneer hetzelfde gebeurt bij een onderdeel dat in een machine is ingebouwd en volledig gedemonteerd moet worden om vervangen te kunnen worden. Dan gaat het niet meer over een plaatje van een paar tientjes, maar over stilstand en demontage-uren. En dan begint de vraag wie dat betaalt — meestal jaren na oplevering, precies op het moment dat coatingdefecten zich manifesteren en niemand de afspraken nog paraat heeft.
Coatings bepalen voor een groot deel de uiteindelijke levensduur van een product. De vraag is of dat voor je leverancier net zo duidelijk is als voor jou — en of het ergens staat.